Maatregelen coronacrisis en Wet arbeidsmarkt in balans

Verlenging coulancetermijn schriftelijkheidsvereiste

Om voor de lage WW-premie in aanmerking te komen geldt dat er sprake moet zijn van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die schriftelijk is overeengekomen, niet zijnde een oproepovereenkomst.

Indien er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is gesloten, dan wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. De werkgever is dan de hoge WW-premie verschuldigd. Wanneer een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is gesloten die van rechtswege is overgegaan in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, is de lage WW-premie verschuldigd indien de oorspronkelijke schriftelijke arbeidsovereenkomst is aangepast aan de nieuwe situatie of in het geval de werkgever beschikt over een schriftelijk, door beide partijen ondertekend addendum bij de oorspronkelijke schriftelijke arbeidsovereenkomst.

Omdat het vanwege het coronavirus niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk is om aan die voorwaarde te voldoen, is deze periode verlengd tot 1 juli 2020. Het coulanceregime, geldig voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, geldt dus tot en met 30 juni 2020.

Overwerk en premiedifferentiatie WW

Sinds 1 januari betalen werkgevers, onder de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In het verlengde daarvan is in het Besluit Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze bepaling leidt nu tot onbedoelde effecten in sectoren waar vanwege het Coronavirus veel extra overwerk nodig is, zoals de zorg. De Stichting van de Arbeid heeft daarom verzocht deze regeling aan te passen. Het kabinet heeft toegezegd de regeling tijdelijk te wijzigen.

Om deze onbedoelde effecten weg te nemen is besloten dat werkgevers over het kalenderjaar 2020 op basis van de 30% herzieningssituatie de lage WW-premie niet hoeven te herzien. Omdat een gerichte sectorale maatregel zeer bewerkelijk is voor de uitvoering, is ervoor gekozen om voor het jaar 2020 een generieke uitzondering te maken voor de 30% herzieningssituatie. Een generieke oplossing geldend voor alle werkgevers, voorkomt daarnaast onduidelijkheid over wie er wel of niet onder de uitzondering moet vallen. Geen enkele werkgever hoeft dus over het jaar 2020 de WW-premie op grond van die situatie te herzien. Het Besluit Wfsv zal hiertoe tijdelijk worden aangepast.

Per 1 januari 2021 zal de herzieningssituatie weer in werking treden.

Productspecifieke informatie in relatie tot de premiedifferentiatie WW is - voor klanten van Visma Raet - te vinden op de Visma Raet community.